Background Image

Glas-in-lood Willibrord_3...

Raam 1.

Eerste raam in de noordelijke zijbeuk van het schip

Dit raam is aangebracht tijdens de restauratieperiode van 1931 tot 1935. Het is ontworpen door de Limburgse glazenier Joep Nicolas (1897-1972) en uitgevoerd door F. Vervoordeldonck uit Den Bosch.

Bovenaan: een pelikaan die zijn jongen voedt. Het is een symbool voor de offerdood van Christus. Kroeskoppelikanen hebben in de broedtijd een rode vlek op de keelzak. Als ze hun jongen voeden, buigen ze de snavel naar de borst om gevangen vis uit te braken. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat de vogels zich opofferen door hun borst open te pikken om zo de hongerige jongen te voeden. De goede pelekaan, pie pelicane, is ontleend aan een oud kerklied.

Linksonder: graafschap Vlaanderen MCLXXX - MDCXXXXV (1180-1645). Van oudsher maakte Zeeuws-Vlaanderen deel uit van het graafschap Vlaanderen. Dat bleef zo tot in 1645, toen Hulst door Staatse troepen werd veroverd op de Spanjaarden. Sindsdien zijn Hulst en Hulsterambacht (Noord)-Nederlands gebied en dat zijn ze, met een korte onderbreking in de Franse Tijd tussen 1794 en 1814, ook gebleven.

Rechtsonder: Dekenaat der Vier Ambachten Aº Di MDLXV (1565). Een dekenaat is een groep parochies die onder toezicht staat van een van de priesters, die dan de titel deken voert. De stad Hulst lag binnen het gebied van Hulsterambacht, maar maakte er geen deel van uit wat burgelijk bestuur betrof. Hulsterambacht (het Land van Hulst) was het gebied buiten de stadsgrenzen en had samen met Axel-, Bouchouter- en Assenederambacht één keure, een door de Vlaamse graaf verleende wetgeving. De Vier Ambachten besloegen geheel Oost-Zeeuws-Vlaanderen alsmede ge deelten van het huidige Belgie.

Onderaan: herstel van den eersten kerktoren Aº Di 1402. Het eerste kerkje van Hulst, dat toegewijd was aan Sint-Pieter, stond aan de Vismarkt. De legende wil dat die kapel gesticht werd door Sint-Willibrord. In de negende eeuw zou ze door Noormannen zijn verwoest. Rond 1200 werd begonnen met de bouw van een kerk(je) op de huidige plaats. In maart 1402 kreeg de Gentse bouwmeester Laurein vander Leyen van de Gentse schepenen opdracht om een behoorlijke en deugdelijke kerktoren te bouwen, die de klokketoren bij het stadhuis moest vervangen. Zowel de stedelijke uurklok als twee luidklokken kwamen er in te hangen. De vier pilaren rond het altaar vormen het onderste deel van die toren.