|
Toespraak door de heer P.Everaers, bij de
opening van van de wisseltentoonstelling
Theo van de Goor, een rasartiest
..
Een flink aantal jaren geleden, ik meen in 2002, werd ik opgebeld door
een onbekend iemand die beweerde kunstenaar te zijn en die me vroeg of
ik interesse had in een boek dat hij had gemaakt met Reinaert als onderwerp.
Dat was niet tegen dovemansoren gezegd: mijn nieuwsgierighed was uiteraard
groot, gezien mijn meer dan gemiddelde belangstelling voor het Middeleeuwse
verhaal. Dat er een onbekend iemand lange tijd met de vos aan de slag
was geweest, dat dat een kunstenaarsboek tot gevolg had gehad en dat wij,
binnen de kringen van het Reinaerttijdschrift Tiecelijn met zowat overal
onze voelhorens daar niets van wisten, was op zijn minst zeer verrassend!
De kunstenaar zelf was niet minder verrassend: een enthousiaste, gedreven,
spraakzame vent die zoals al snel bleek voor het absolute kunstenaarsschap
had gekozen: geen leraar aan de kunstacademie die bijkluste, geen hobbyist
die in zijn vrije tijd met de kwasten aan de slag ging, nee, een vent
die leefde voor en van zijn kunst. Dat dat laatste niet meeviel, werd
me al snel duidelijk.
Zijn boek zat goed verpakt in bolletjesplastic en toen dat enigszins
krakend werd verwijderd, kwam er een stevig en kloek werk in rood linnen
tevoorschijn, een kleur die me wel wat leek voor een Reinaertboek.
Enfin, het bevatte wondermooie prenten die scenes uit het Reynaertverhaal
tot eigen leven brachten. Zoals hij de Reynaert beleefd en uitgebeeld
had, zo deed niemand het voor hem. En al die etsen samengebracht in één
band, zorgden voor een extra dimensie. Sommige prenten straalden een sinistere
sfeer uit en vooral door de opeenvolging van de platen ontstond er een
wat woeste sprookjeswereld waar je gruwelijkheden achter vermoedde.
U begrijpt het al: ik was er zeer door gegrepen. Toen ik vervolgens bij
hem thuis was geweest, hem meerdere malen gesproken had en zijn ander
werk had gezien, heb ik Theo van de Goor, want zo heet de kunstenaar die
hier tentoonstelt, zoveel mogelijk bij zijn werk en de verspreiding ervan
geholpen.
Vóór het eerste Reynaertboek en in de op onze kennismaking
volgende periode heeft hij nog een aantal etsenboeken gemaakt, waaronder
het indrukwekkende Couperusboek Een berg van licht; momenteel werkt
hij in opdracht aan het bijbelse boek Job. Verder vervaardigde hij o.a.
ook talloze losse etsen en een monumentale zeefdruk in kleur, eveneens
met de Reinaert als onderwerp. Daarnaast staat zijn woning vol met opvallend
kleine olieverfschilderijen (waarvan U er in de Reinaertkamer drie zult
aantreffen) en driedimensionale, fantastische objecten.
Er onstond langzamerhand een enigszins vaste klantenkring voor zijn werk,
vooral voor zijn etsenboeken. Er is vrijwel geen andere kunstenaar die
op deze wijze uitdrukking geeft aan zijn inspiratie, waardoor Theo van
de Goor een unieke plek in de grafische wereld heeft weten te veroveren.
Uiteraard had ook de redactie van het Reinaerttijdschrift Tiecelijn belangstelling
gekregen en in nummer 2 van jaargang 2006 verscheen een uitgebreid artikel
van de hand van Willy Feliers en Rik van Daele over het tweede Reinaertboek.
(Bij de balie kunt U het betreffende nummer inzien).
Hoewel het aanvankelijk niet de bedoeling van de kunstenaar was om meer
dan één Reinaertboek te maken, volgde er (zoals hiervoor
vermeld) al snel een tweede. En toen vervolgens bleek dat hij zich maar
niet van de vos kon losmaken (of dat de vos hém niet losliet, dat
is me niet geheel duidelijk geworden), kwam er nog een laatste boek: Reynaert
en Primaat, dat in de vitrine te bewonderen valt en open ligt naast
de 2 vorige Reinaertboeken en enkele etsplaatjes.
Maar nu is het afgelopen met de vos: na het boek Job, werpt hij zich
op Uilenspiegel. Vorig jaar heeft hij reeds één ets gemaakt
voor de stad Damme t.g.v. 10 jaar Damme boekendorp. Er komt
dus een etsenboek over die andere figuur die de mensen een spiegel voorhoudt:
Uilenspiegel, gebaseerd op Charles de Coster. Dat zou tegen april 2009
klaar moeten zijn (heeft hij me beloofd!).
Op deze tentoonstelling met 24 Reinaertetsen uit de drie boeken en een
keuze uit de etsen die hij wel eerst afdrukte, maar waarvan hij vond dat
ze niet zo in het betreffende Reinaertboek pasten (en die alle te koop
zijn, evenals de boeken), kunt U zijn eigenzinnige benadering en uitbeelding
van naderbij bewonderen. Iedere ets verdient het om geconcentreerd bekeken
te worden, zodat U de geheimzinnige en soms toch gruwelijke wereld bespeurt,
die opgeroepen wordt door de combinatie van figuren en hun omgeving. Die
intrigerende wereld is van alle tijden en Reinaert is van alle tijden;
daardoor kunnen wij nog steeds, na zoveel eeuwen het verhaal geboeid lezen.
En door dit verhaal hebben kunstenaars van de hele wereld zich altijd
laten inspireren. Laten we zeker niet vergeten welk een schat de Reinaert
voor onze streek is: ouder dan de huidige vestingwerken en bovendien een
dusdanig taai verschijnsel dat het nog zal bestaan als eens zelfs die
toch zo robuuste wallen verdwenen zullen zijn (wat ik overigens niet hoop,
maar dat wist U wel).
Tot besluit wil ik nog het volgende opmerken: Theo is in ieder geval
een originele artiest; hij werkt op een volslagen eigen manier en probeert
zich niet door de waan van alle dag van de wijs te laten brengen. Daarvoor
alleen al moeten wij bewondering hebben.
Theo, proficiat en ga door met je eigen manier van werken.+-

|